Epidemieën in de Zaanstreek

Besmettelijke ziekten zijn van alle tijden. In de 19e eeuw kreeg ook de Zaanstreek te maken met epidemieën van onder meer cholera, malaria en vlektyfus. De bestrijding daarvan zag er heel anders uit dan tegenwoordig.

Isolatie en barakken

In 1872 werd in Nederland de Wet op de besmettelijke ziekten ingevoerd. Gemeenten waren sindsdien verplicht om speciale gebouwen – zogeheten barakken – te hebben waarin zieken konden worden afgezonderd. Het ging om eenvoudige houten noodgebouwen, vaak op de rand van het dorp geplaatst. Soms werden ook scholen tijdelijk gesloten en ingericht als barak, zoals in Westzaan gebeurde.

Hygiëne en maatregelen

Daarnaast werden publieke gebouwen bij uitbraken gesloten en probeerde men besmetting te voorkomen door betere reiniging van water en straten. Het inzicht dat vervuild drinkwater ziekten kon verspreiden, leidde gaandeweg tot de aanleg van riolering en waterleidingen.

Het ontstaan van ziekenhuizen

De strijd tegen epidemieën vormde de basis voor de oprichting van ziekenhuizen in de Zaanstreek aan het einde van de 19e eeuw. Deze instellingen waren aanvankelijk vooral bedoeld om besmettelijke patiënten te kunnen isoleren en verzorgen, maar groeiden later uit tot moderne ziekenhuizen waar iedereen terecht kon.

Het volledige verhaal is terug te lezen in Zaans Erfgoed nr. 74.